Een reguliere school met ‘zwakke’ leerlingen kan floreren

De kop in Trouw van afgelopen vrijdag 3 februari trof mij: “Een school die zwakke leerlingen opneemt, wordt voor straf een zwakke school.”

(http://www.trouw.nl/tr/nl/39683/nbsp/article/detail/4457551/2017/02/03/Een-school-die-zwakke-leerlingen-opneemt-wordt-voor-straf-een-zwakke-school.dhtml)

De alarmklok wordt geluid met als toon dat onderwijsresultaten dalen als er meer kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte het regulier onderwijs instromen. Mooi om te lezen dat een collega heeft gekozen om door middel van nauwe samenwerking met een school voor speciaal onderwijs meer leerlingen te plaatsen in een reguliere omgeving. Er klinkt visie in door met onder andere inzet van expertise die beschikbaar is in het speciaal onderwijs. Tegelijkertijd klinkt er een noodkreet. Bijna een angstkreet met het oog op een negatieve beoordeling door de onderwijsinspectie. Met het lezen van dit artikel groeide bij mij de behoefte om een paar opmerkingen te plaatsen.

Allereerst hoop ik dat door dit artikel niet de indruk gaat ontstaan dat onderwijsresultaten van kinderen dalen als ze in een groep zitten met kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte. Naast mijn persoonlijke ervaring als directeur-bestuurder van een school die kiest voor inclusief onderwijs, is er immers verschillend nationaal en internationaal wetenschappelijk onderzoek wat aantoont dat zorgleerlingen niet nadelig zijn voor klasgenootjes. Zie bijvoorbeeld het promotieonderzoek van Ruijs (2015) naar aanleiding van de integratie van kinderen met een zogenaamde rugzak (leerlinggebonden financiering). Er is zelfs internationaal onderzoek wat aantoont dat er ook een positief effect (sociaal en cognitief) merkbaar is. In de beschrijving van 4 Nederlandse scholen die inclusief onderwijs vormgeven zoals dat door de organisatie In1School is beschreven in een magazine (https://www.in1school.nl/zo-kan-het-ook-scholen) komt goed het positieve effect van inclusief onderwijs naar voren.

Als je het artikel in Trouw goed leest gaat het echter niet om lagere opbrengsten bij leerlingen van de betreffende groep, maar om een lager schoolresultaat in zijn totaliteit. De onderwijsinspectie kijkt namelijk naar eindopbrengsten van scholen op basis van een aantal gegevens. Bij deze berekening wordt (nog) onvoldoende rekening gehouden met de aanwezigheid van meer leerlingen met een specifieke zorgbehoefte. Het is immers niet te ontkennen dat een school die naar verhouding meer zogenaamde zorgleerlingen opneemt ook veelal lagere schoolopbrengsten kent. Dit omdat deze specifieke leerlingen meetellen in een schoolscore. Eerder schreef ik hier een blog over (https://teundekker.wordpress.com/2013/09/14/ranking-the-schools/) toen RTL in 2013 de scholen een cijfer ging geven. Dat RTL geen rekening houdt met het aantal zorgleerlingen in een school snap ik. Het toont wat mij betreft opnieuw aan dat dergelijke RTL-lijstjes zinloos en nietszeggend zijn als het gaat om de kwaliteit van onderwijs. Voor wat betreft de onderwijsinspectie is het signaal wat ook de voorzitter van de Algemene Vereniging van Schoolleiders geeft denk ik duidelijk. Overigens verwacht ik dat de onderwijsinspectie hier graag over in gesprek gaat met het onderwijs. Zij spreken in dat verband namelijk over de professionele dialoog en eigenaarschap van scholen. Het nieuwe toezichtskader kan hier zeker bij helpen.

Het belangrijkste signaal van het artikel van afgelopen vrijdag moet naar mijn mening uit gaan naar de politiek. Het streven naar passend onderwijs voor elke leerling en een ontwikkeling richting inclusief onderwijs is een goed streven wat past bij de internationale verdragen die ook Nederland heeft ondertekend. De politiek zal echter moeten beseffen dat dit niet kan zonder investeringen. Als we als samenleving, en dus ook het onderwijs, een beweging maken van het medische model naar het zogenaamde burgerschapsmodel mag dit niet blijven steken in mooie woorden, maar moet er ook geïnvesteerd worden in kleinere klassen, voldoende ondersteunende expertise etc. Hierbij is misschien is nog wel het belangrijkste dat we de scheiding tussen onderwijs en jeugdzorg opheffen en deze twee terreinen meer aan elkaar gaan knopen zoals ook Marc Dullaert afgelopen zondag noemde in Nieuwsuur toen hij het had over de vele thuiszitters.

Naast deze wensen kan naar mijn mening het onderwijs echter niet blijven wachten tot alles is geregeld. Er zijn gelukkig voorbeelden te vinden van scholen die vanuit visie werk maken van inclusief onderwijs. Scholen waar kinderen welkom zijn ongeacht hun mogelijke beperking. Scholen waar uitgegaan wordt van mogelijkheden en ontwikkelingskansen van kinderen. Scholen die niet blijven hangen in een “ja maar” denken, maar aan de slag gaan en mogelijkheden zoeken en vinden. Laten we signalen als afgelopen vrijdag in het genoemde artikel blijven afgeven, maar tegelijkertijd vanuit visie, passie en kennis blijven werken aan een meer inclusieve samenleving waarbij inclusief onderwijs de norm is.

Advertenties

Verlos ons van de structuren en protocollen

Vanaf 2015 hebben we de jeugdwet. Hiermee kwam een zeer grote verantwoordelijkheid bij de gemeenten te liggen. Hoewel ik twijfels had dacht ik ook dat het best wel een goede stap kon zijn. Zeker omdat in de wet de samenwerking met het onderwijs was bepaald. Ik probeerde dus door de theoretische plannen opgesteld door dure marketingbureaus heen te kijken, het ontslag van de aan ons toegewezen schoolmaatschappelijk werker voor lief te nemen en te gaan geloven dat een structuur verpakt in een zogenaamd jeugdbos kon gaan werken. Vrolijk werden termen als “vrijwillig kader”, “eigen kracht” en “vooral het 1 gezin 1 plan” neergeschreven in documenten. Het zou allemaal beter worden en kinderen zouden in goede samenwerking met het onderwijs snel de hulp krijgen die nodig was en ouders zouden dit op eigen kracht en volledig vrijwillig omarmen. Aangestuurd door het ambtelijk apparaat van de gemeente kwamen de jeugdprofessionals de scholen binnen. Zij moesten aan de hand van de opgestelde richtlijnen een succes maken van de jeugdwet.

Nu, twee jaar later, zijn de brokstukken nog talrijker dan voor 2015. Structuren en protocollen zijn heilig verklaard. De samenwerking met het onderwijs is afhankelijk geworden van enkele betrokken jeugdprofessionals die de moed hebben om niet precies te luisteren naar de ambtelijke voorschriften. Wijkteams worden naar aanleiding van allerlei processen steeds opnieuw ingedeeld en de jeugdprofessional wordt een makelaar of coördinator van zorg omdat dat beter past bij de bedachte structuren en organisatieschema’s.

Ondertussen zijn kinderen en gezinnen de dupe, worden intern begeleiders gek van het gebrek aan informatie, geven deskundige jeugdprofessionals de moed op en worden er maar weer werkgroepjes en instructiebijeenkomsten bedacht om toch vooral bestaande structuren en banen in stand te houden.

Help! Stop! Ik heb de afgelopen twee jaar op verschillende momenten op verschillende plekken in onze gemeente alarm geslagen en casussen als voorbeeld gebruikt om te laten zien dat het anders moet. Een bijna dodelijke afloop van een casus heeft bij mij iets laten knappen. Ik accepteer dit niet meer. Onze kinderen en gezinnen mogen niet langer het slachtoffer worden van denken in structuren en protocollen. Zij hebben recht op professionele ondersteuning die over grenzen durft stappen en in actie komt ook buiten kantoortijden. Mijn team heeft er recht op om zich volledig te richten op hun vak: het onderwijs. Mijn teamleden moeten daarom in nauw contact kunnen staan met die ene jeugdprofessional die aanwezig is in de school. Die ene jeugdprofessional waar ouders vertrouwen in krijgen omdat er wat gebeurt met de hulpvraag. Diezelfde jeugdprofessional waar ze mee aan tafel zaten toen ze voorzichtig en met lood in de schoenen het opvoedspreekuur binnenstapten.

Stel nu eindelijk eens niet de structuur of het protocol centraal, maar kies voor het belang van het kind! Hou toch eens op met dat verschuilen achter regeltjes en financiën. Het kan toch niet zo zijn dat vanwege bureaucratische regeltjes een kind niet de juiste deskundige hulp krijgt? Die leerling bij ons waarbij de hulp dreigt te stoppen omdat deze hulp uit een andere gemeente komt mag toch niet de dupe worden van deze gedrochten van protocollen? Ik hoorde van een collega dat er bij de begeleiding van een leerling met het syndroom van Down gevraagd werd of hulp (financiën) nog wel nodig was omdat het doel toch wel bereikt zou zijn. Beste ambtenaren: “Het syndroom van Down geneest niet en er is recht op continuïteit in hulp!” De tijd van hulpverleners en begeleiders moet toch in het begeleiden gaan zitten in plaats van in stapels papierwerk om maar iets van het benodigde geld te krijgen? Tijd waar een kind, een gezin recht op heeft mag niet worden besteed aan papierwerk en het snappen van protocollen zoals nu het geval is. Ik hoor teveel verhalen van deskundige hulpverleners die het opgeven en stoppen omdat ze door alle regeltjes niet meer aan de uitoefening van hun vak toe komen.

Ik ben het zat!

Ik heb me voorgenomen om me niet stil te houden totdat bij onze gemeente eindelijk het kind en het gezin centraal staat en niet langer een protocol, het geld of de gekozen structuur. Ik hoop en bid dat er verbetering komt voordat er nog meer slachtoffers van dit regelsysteem bedacht door protocolfundamentalisten komen.

Terugblik….

Zo aan het einde van het jaar of eigenlijk al de hele maand december worden we via de media bestookt met allerlei terugblikken op 2016. Normaal ben ik hier niet zo mee bezig, maar dit jaar was mijn vrouw genomineerd als Brabander van het jaar, dus………. Ze is het uiteindelijk niet geworden, maar de door haar opgerichte speelgoedbank Heppie in Roosendaal heeft er wel veel extra aandacht aan over gehouden. Bovendien is ze voor mij niet alleen Brabander van het jaar, maar de vrouw van mijn leven waar ik enorm trots op ben.

Naast deze nominatie werd ik getroffen door de negatieve toon van het jaaroverzicht wat werd uitgezonden door de NOS. De ene ellendige gebeurtenis na de andere kwam via het scherm onze huiskamer binnen. Er hebben in 2016 dan ook erg veel negatieve zaken het nieuws gehaald. De mensheid maakte er ook het afgelopen jaar weer geregeld een puinhoop van. Hopelijk leren we lessen uit het overzicht van de NOS…….

Gelukkig was er na het overzicht van de NOS nog het Knoopgala. Een feest van positivisme en talenten. Het roept bij mij de vraag op wie er nu eigenlijk beperkt is. De mensen met een beperking die tijdens het Knoopgala op het podium stonden gaven ons een voorbeeld. Ik werd geraakt. Net als in 2015 toen Rob Penders in een prachtig optreden tijdens het Knoopgala zong: “Voel wat ik voel en praat niet over me maar met me.”

Deze prachtige mensen met een zogenaamde beperking doen me nog meer verlangen naar een inclusieve samenleving. Een samenleving waarin ieder mens “mens” mag zijn. Een samenleving waarin we met elkaar praten en leven. Een samenleving waar we elkaar respecteren en waarderen. Een samenleving waarbinnen we elkaar ondersteunen als het nodig is. Echt samenleven dus.

Tijdens mijn gemijmer aan het eind van het jaar met al die terugblikken zie ik een lichtpuntje in de aandacht die inclusief onderwijs krijgt. Steeds meer mensen en scholen laten zien dat het echte samenleven kan en dat dat kan beginnen met het echt samen naar school gaan. Hoewel er nog veel moet gebeuren zie ik het dagelijks terug bij ons op De Kroevendonk. Kinderen die samen naar school gaan en elkaar zien als volwaardig mens met unieke talenten. Het geeft hoop voor 2017. Ik hoop dat de ontwikkelingen rond inclusief onderwijs zich in 2017 voortzetten en dat de NOS in het volgende jaaroverzicht niet heen kan om de ontwikkeling naar een meer inclusieve samenleving.

Zo kan het ook!

Terwijl ik aan deze blogtekst begin is het de dag van de mensenrechten. Mijn gedachten gaan dan automatisch naar het VN verdrag voor personen met een handicap en het recht op inclusief onderwijs. Een dag als deze nodigt dan uit om te kijken wat er allemaal nog moet gebeuren en wat er niet goed gaat. De wereld polariseert immers, groepen staan tegenover elkaar of roepen op om tegenover elkaar te gaan staan en in de uitzending van Zembla op 7 december zagen we weer hoeveel kinderen thuis zitten en geen gebruik kunnen maken van hun recht op onderwijs. Natuurlijk is het belangrijk om hier aandacht aan te geven en te werken aan verbetering, maar het is ook goed om te laten zien dat het wel goed kan gaan als je uit wilt gaan van mogelijkheden!

Speelgoedbank
logo-heppieMijn vrouw nam zo’n 3,5 jaar geleden het initiatief tot het oprichten van speelgoedbank Heppie in Roosendaal. Inmiddels maken ongeveer 90 kinderen gebruik van deze speelgoedbank. Kinderen die in armoede leven hebben zo de kans om toch aan mooi speelgoed te komen. Het was prachtig om vanmorgen weer te zien hoe glunderende gezichtjes de speelgoedbank verlieten met speelgoed wat ze goed vasthielden. Gaaf om van mijn vrouw te horen dat vandaag opnieuw 16 kinderen zijn ingeschreven!
Natuurlijk is het triest dat kinderen in ons land in armoede moeten leven, maar het is mogelijk om er iets aan te doen als we samen de handen uit de mouwen steken. De vrijwilligers van de speelgoedbank laten het zien: Zo kan het ook!

Zo kan het ook” scholen
Vrijdag 9 december verscheen een prachtig magazine met verhalen over inclusief onderwijs. Er worden 4 scholen beschreven die dagelijks laten zien dat ieder kind welkom is en er mag zijn. Deze scholen laten zien dat inclusief onderwijs niet alleen een recht is, maar een visie waar ze nadrukkelijk voor kiezen. Wat ben ik trots en blij dat één van deze scholen onze eigen Kroevendonk in Roosendaal is. Gaaf om terug te lezen wat het bezoek van in1school heeft opgeleverd aan mooie en inspirerende uitspraken. Trots op de leerkracht van De Kroevendonk die zegt: “Het hoeft niet altijd gemakkelijk te zizo-kan-het-ookjn. Soms moet je uit je comfortzone durven gaan.” Ontroerend als een ouder zegt: “Ons kind is heel erg druk en beweeglijk maar wordt niet gezien als een bepaald etiket. Ze houden heel goed rekening met hem en hij voelt zich geliefd.”
Natuurlijk is het triest dat nog niet alles lukt en is het bizar dat ik als schoolleider het sinds de invoering van passend onderwijs met ongeveer €70.000,- minder moet doen, maar goede voorbeelden moeten ook verteld worden. Zo kan het ook!

Het speciale magazine is te bestellen en ook gratis te downloaden: https://www.in1school.nl/actueel/item/vier-scholen-maken-werk-van-inclusief-onderwijs

Wanpraktijken

Volgens mijn “baas” doe ik het niet goed. Ik heb geen negatief beoordelingsgesprek gehad, maar mijn baas, de staatssecretaris, combineert 2 getallen en verbindt daar een conclusie aan. Hij vindt namelijk dat er vaker een gegeven schooladvies moet worden bijgesteld nadat de eindtoets een hoger “advies” laat zien. Voor het gemak vergeet hij dat in zijn eigen opdracht (wet) staat dat een gegeven schooladvies bij een hogere uitslag grondig moet worden bekeken en heroverwogen. Zou hij nu echt niet snappen dat het vergelijken van de 2 cijfers (gegevens advies en advies na heroverweging) niets zegt over de juiste uitvoer van zijn opdracht en ook niets zegt over de kwaliteit van de heroverweging?

In februari 2016 laat de staatssecretaris nog aan de Tweede Kamer weten dat het schooladvies leidend is en dat dit een goed advies is wat het voortgezet onderwijs over moet nemen. Het was één van de weinige keren dat ik het met Sander Dekker eens kon zijn. De basisschool geeft namelijk een goed onderbouwd advies, gebaseerd op veel meer dan alleen de gegevens die worden verzameld op één toetsmoment. Maar blijkbaar weet Sander Dekker zelf niet goed wat hij wil. Nu geeft hij namelijk weer aan dat de toets meer leidend moet zijn en beticht hij scholen die een advies niet bijstellen zelfs van wanpraktijken. Fijn zo’n baas. Dank u wel staatssecretaris dat u het primair onderwijs weer eens zwart maakt in de pers. Ik krijg bijna het gevoel dat u zich ook wilt scharen in het rijtje populistische politici: Lekker roepen in de pers en scoren over de rug van het hardwerkende onderwijspersoneel heen. Bij RTL zijn ze in ieder geval blij, want zij kunnen weer mooie lijstjes gaan maken. Hoeveel procent van de gegeven schooladviezen worden op de school van uw kind aangepast?

Beste staatssecretaris, wij hebben bij ons op school een goed onderbouwd schooladvies gegeven aan onze leerlingen. Bij dit advies waren de leerkrachten van groep 7, de leerkrachten van groep 8, de intern begeleider en de directeur betrokken. Dit advies hebben we besproken met kinderen en ouders. Na de eindtoets hebben we voor 1 leerling het advies naar boven bijgesteld. Dit op dringend verzoek van de ouders. Of dit verstandig is geweest, zal in de toekomst blijken. Wij volgen namelijk onze oud-leerlingen en bekijken ook waar zij uiteindelijk terecht komen en of ons advies juist is geweest. Tot nu toe zijn we hier tevreden over en krijgen we tevens complimenten uit het voortgezet onderwijs over de advisering. Wij staan voor de kwaliteit van onze advisering. Wij doen wat u wettelijk heeft laten vastleggen. Wij zijn echter geraakt dat onze “baas” ons ondanks onze inzet en kwaliteit neerzet als mensen die wanpraktijken laten zien. Wat mij betreft zeg ik nu het vertrouwen in deze baas op en hoop ik dat een volgende met meer respect over al die hardwerkende mensen in het onderwijs spreekt en ze steunt in plaats van afvalt.

En weer artikel 23……

Met enige regelmaat duikt er weer iemand op die een pleidooi houdt om artikel 23 van onze grondwet te verwijderen. Onder de kop “Schaf het verzuilde onderwijs af” was het deze keer Aleid Truijens die in de Volkskrant van 3 september 2016 de situatie rond vermeende Gülenscholen aangreep om gelijk maar het hele bijzondere onderwijs aan te pakken. Ze zegt zelfs dat ze weet dat je door afschaffing van bijzondere scholen niet alle problemen oplost, maar toch…… Ze verbindt er gelijk maar aan dat bijzonder onderwijs de integratie van allochtone leerlingen tegenhoudt.

Ik nodig mevrouw Truijens graag uit om bij ons op De Kroevendonk te komen kijken. Een bijzondere school (in de zin van artikel 23) die voor wat betreft de schoolbevolking een mooie afspiegeling van de wijk en van Roosendaal is. Het is overigens de enige protestants christelijke school in de stad. In Roosendaal zijn er verder nog een groot aantal Rooms Katholieke scholen en een aantal openbare scholen. Sommige scholen meer “wit”, sommige scholen meer gemengd en andere weer meer “zwart”. Stuk voor stuk scholen (bijzonder of niet) die leerlingen toelaten ongeacht hun geloofs- of culturele achtergrond. Door de wijken waar de scholen in staan verschilt hun populatie. Zo zijn er bijvoorbeeld “witte” openbare scholen en gemengde bijzondere scholen. Roosendaal bewijst dat wat mevrouw Truijens beweert over het tegenhouden van integratie grote onzin is. Wij geven in de stad in goede samenwerking met alle denominaties onderwijs aan alle kinderen.

Ik ben geen deskundige op het gebied van artikel 23, maar ik hecht wel sterk aan ons bijzonder onderwijs. Natuurlijk komt het in bijvoorbeeld dorpen door het beperkte aanbod wat aanwezig is, maar ik las ergens dat in Nederland ongeveer twee derde van de kinderen naar een school gaat die christelijk geïnspireerd onderwijs aanbiedt. Het is een groot goed dat ouders deze keuzevrijheid hebben en we niet naar een systeem gedwongen worden van publieke en private scholen zoals we in veel andere landen kennen. Als dit is wat mevrouw Truijens wil, dan bereikt zij juist segregatie.

Afbeeldingsresultaat voor ui model korthagen
Ui-model (Korthagen, 2001)

Eén van de grote misvattingen (overigens niet bij het openbaar onderwijs zelf) is dat dit onderwijs neutraal zou zijn. Inderdaad een misvatting, want elke leerkracht werkt vanuit bepaalde innerlijke waarden. Iemands gedachten, ervaringen en opvattingen bepalen wat hij of zij zegt of doet (den Bakker, 2013). In het denken over goed onderwijs komt dit ook nadrukkelijk voor in de aandacht voor wat het kenmerk van een goede leerkracht is. Zie bijvoorbeeld het zogenaamde “ui-model” wat Korthagen (2001) heeft ontwikkeld met als kern het ideaal, de diepste waarden van de leerkracht. Het zou dus logischer zijn om misschien artikel 23 af te schaffen en al het onderwijs bijzonder te maken zoals Siebren Miedema bepleitte tijdens zijn afscheidscollege in 2012 als hoogleraar algemene pedagogiek en godsdienstpedagogiek aan de VU. Dit is denk ik echter niet wat mevrouw Truijens graag ziet.

Het mooie van ons onderwijsstelsel is dat het pluriform is en dat er iets te kiezen valt. Elke school kleurt de school vanuit de eigen onderwijsvisie en eigen waarden. Prachtig! Ik ben blij dat wij op De Kroevendonk dat kunnen doen vanuit de protestants christelijke identiteit en zo christelijk geïnspireerd onderwijs kunnen geven. Dit kleuren wij o.a. in vanuit een inclusieve gedachte, want inclusief onderwijs is niet alleen bedoeld voor integratie van kinderen met een handicap, maar voor het samen naar school gaan van alle kinderen ongeacht hun achtergrond. Zo hielden wij met alle kinderen van de school vandaag een startviering aan het begin van het schooljaar. Kinderen uit allerlei achtergronden, geloven en culturen samen met verschillende ouders in een godsdienstige viering. Samen vroegen we vanuit onze identiteit een zegen over het nieuwe schooljaar en dit zullen we elk jaar blijven doen, wat mevrouw Truijens er ook aan wil veranderen.

Ein bisschen Frieden

In 1982 won Nicole voor Duitsland het Eurovisie Songfestival met het liedje “Ein bisschen Frieden”. Het is natuurlijk mooi als een lied met een dergelijke tekst door veel mensen gekozen wordt, maar tegelijkertijd zong Nicole al in hetzelfde lied: “Ich weiss, meine Lieder, die ändern nicht viel.” De laatste weken moet ik steeds meer aan dit lied denken. De ellende op de wereld lijkt elke dag toe te nemen. Het populisme neemt toe en dankzij het accentueren van verschillen komen bevolkingsgroepen tegenover elkaar te staan. In het Verenigd Koninkrijk (hoezo verenigd?) komt racisme na de verkiezingen om de brexit in de openbaarheid, in de Tweede Kamer beschuldigt de partij Denk medemoslims van niet goed “moslimgedrag” en de PVV wil het liefst helemaal geen moslims. Afzetten tegen elkaar scoort lijkt het wel en dat zelfs in het land waar het poldermodel is uitgevonden. Ik moet regelmatig denken aan een preek van mijn vader (hij is dominee) over het beheersen van je tong. Woorden zo makkelijk en snel uitgesproken kunnen mensen letterlijk kapot. Met woorden worden bevolkingsgroepen langs scheidslijnen van ras of geloof tegenover elkaar gezet.

In die wereld komen elke dag zo’n 400 kinderen naar ons integraal kindcentrum De Kroevendonk. Naast rekenen en taal leren we ze ook hoe je met elkaar om hoort te gaan. We maken hierbij onder andere gebruik van het programma “De Vreedzame School”. Met kinderen zijn we in gesprek over het hebben van respect voor andere meningen en oefenen we hoe je met conflicten kunt omgaan. Dezelfde kinderen die buiten de veilige muren van de school geconfronteerd worden met een vechtpartij bij het winkelcentrum in de wijk waar jongeren elkaar met knuppels te lijf gaan en met televisiebeelden van oorlogen en aanslagen. Kinderen die soms opgroeien in onveilige situaties van geweld, scheldpartijen, vechtscheidingen, criminaliteit etc.

  • Je zult maar kind zijn in zo’n situatie en zo’n wereld.
  • Je zult maar leerkracht zijn die lesgeeft over sociale vaardigheden.
  • Je zult maar ouder zijn die je kind in een veilige wereld wil zien opgroeien.

Wat zou het toch mooi zijn als we niet alleen werken aan een vreedzame school, maar aan een vreedzame wijk, een vreedzame stad, een vreedzaam land en een vreedzame wereld. Het is immers toch de moeite waard om te zien dat verschillen mooi kunnen zijn? Het is toch de moeite waard om de waarde en het talent in de ander te zien? Laten we, zoals de acteur Nasrdin Dchar het met zijn oproep “#Samen1” zegt: “We moeten met elkaar praten in plaats van over elkaar.” Ik hoop dat (politieke) leiders van welke partij dan ook gaan beseffen dat populistische uitspraken voor eigen gewin een vernietigend effect hebben op het samen leven. Ik hoop dat zij deze uitspraken gaan vervangen door de tekst uit het lied van Nicole “Sing mit mir ein kleines Lied, dass die Welt im Frieden lebt.”